Geen sleutel. Geen uitgang. De Puttense moordzaak is er niets bij. Met TBS of levenslang was ik beter af geweest.
"WVGGZ — Wat is dat eigenlijk?"
Mr. E.Tj. van Dalen werd door de Deken aangewezen om mij te beschermen tegen gedwongen opname. In plaats daarvan schreef hij een brief die mij levenslang zou opsluiten. En de pannekoek presenteerde mij daarvan ook nog de rekening.
De Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg (WVGGZ) maakt het mogelijk iemand zonder strafbaar feit op te sluiten in een psychiatrische instelling.
TBS
Levenslang
WVGGZ
Het verschil:
Bij TBS of levenslang heb je iets gedaan. Bij WVGGZ hoef je alleen maar "verward" te lijken.
Eén brief van je eigen advocaat die zegt dat je "verward" bent en "in de kou staat" — dat is genoeg. En een college van B&W die je niet meer wil, alle opvanglocaties aanstuurt, en klaar. De sleutel is weg.
Op 17 november 2025 wees de Deken mr. Van Dalen aan voor rechtsbijstand tegen VNN. De Deken schreef expliciet dat cliënt vreesde "dat VNN, in samenwerking met uw huisartsen, tracht om u via een WVGGZ-procedure op te sluiten."
Van Dalen ontving een kopie. Hij wist waarvoor hij was aangewezen.
"Hoe krijg ik mijn juridische post?" — Dat was alles. Geen VOVO, geen terugkeer, alleen: post.① 🔊 Luister audiofragment
VNN-zaak: 9 weken niets.
Jan Arends: In één middag een brief gefabriceerd die:
Het zijn verzinsels. Van Dalen projecteert een situatie die niet bestaat om een traject te rechtvaardigen waar cliënt niet om heeft gevraagd.
Een advocaat aangewezen om te beschermen tegen WVGGZ schreef een brief die mij levenslang zou opsluiten. En de pannekoek presenteerde mij daarvan ook nog de rekening.
Mr. Van Dalen wordt aangewezen voor VNN-zaak. Deken benoemt expliciet de WVGGZ-vrees.
Cliënt verhuist naar andere locatie en schrijft zich elders in bij BRP. Van Dalen wordt hierover niet geïnformeerd.
Van Dalen stuurt brief aan Jan Arends met gefabriceerde claims over dakloosheid, verwardheid en barre weersomstandigheden. Cliënt ontvangt geen kopie vooraf.
Cliënt komt achter de brief van Van Dalen en reageert direct. Jan Arends reageerde niet op de brief — cliënt was via andere weg met hen in contact.
Van Dalen stuurt tweede brief waarin hij liegt over de inhoud van brief 1 en cliënt de schuld geeft.
Een onafhankelijke jurist concludeert: "Dit is een blauwdruk voor de Wvggz... Je vertegenwoordigt de verkeerde partij."
"Ik kon daar niet helemaal wijs uit worden..."
Een advocaat mag nooit aan de tegenpartij communiceren dat zijn cliënt wartaal uitslaat. Door te zeggen dat hij er "geen wijs uit kon worden", stelt hij feitelijk: "Mijn cliënt is onsamenhangend en verward."
WVGGZ-effect: Voor een zorgmachtiging is 'verwardheid' cruciaal. De eigen advocaat levert hier het bewijs voor aan.
"...ik heb hem wel uitgelegd dat uw organisatie op zichzelf het recht heeft hem een time-out te geven..."
Een advocaat hoort de rechtmatigheid van de maatregel te betwisten (huurbescherming, proportionaliteit, gebrek aan dossier).
In plaats van cliënt's recht te verdedigen (woonrecht), verdedigt hij het recht van Jan Arends (huisrecht/zorgbelang).
Hij fungeert hier als de juridische afdeling van Jan Arends.
"Cliënt vertelde mij dat hij ook hierover met uw medewerkers in overleg is gegaan, maar dat heeft verder niks opgeleverd."
Klinkklare onzin. Er was geen overleg — alleen mailcontact. Van Dalen verzint een niet-bestaand "mislukt overleg".
WVGGZ-effect: Een van de hardste eisen voor dwangzorg is dat "vrijwillige zorg/overleg niet meer mogelijk is" (ultimum remedium). Door te stellen dat overleg "niks oplevert", bevestigt hij dat cliënt 'uitbehandeld' is in het vrijwillige kader.
Hij sluit de deur voor gesprek en zet de deur open voor dwang.
"Dat is de reden dat hij mij heeft ingeschakeld."
Van Dalen stelt dat hij is ingeschakeld vanwege de time-out en het "mislukte overleg".
De waarheid: Hij was ingeschakeld voor VNN en voor het ophalen van post. Door te doen alsof hij specifiek voor dit zorgconflict is ingeschakeld, legitimeert hij zijn eigen schadelijke inmenging in een dossier waar hij geen opdracht voor had.
Dit is geen verdediging. Dit is het invullen van het aanvraagformulier voor een zorgmachtiging.
| Van Dalen schreef | Juridische werkelijkheid |
|---|---|
| "Time-out" | Bestaat niet in BW — dit is een illegale huisuitzetting |
| "Proportionaliteit" | Wvggz-criterium — niet relevant bij huurrecht |
| "Hoor en wederhoor" | Wvggz-vereiste — verhuurder moet naar rechter |
| "Zorgplicht" en "alternatieve woonlocaties" | Wvggz-taal voor gedwongen overplaatsing |
| "Ik kon er niet wijs uit worden" | Cliëntverraad — diskwalificeert eigen cliënt |
| "Organisatie heeft recht op time-out" | Erkent recht tegenpartij — vernietigt eigen zaak |
"Als je later bij de rechter staat, houdt de advocaat van Jan Arends jouw eigen brief omhoog: 'Kijk edelachtbare, zelfs zijn eigen advocaat schreef dat wij het recht hadden hem weg te sturen en dat hij de cliënt zelf ook niet begreep.' Je hebt je eigen zaak al verloren voordat hij begon."
In Beschermd Wonen (Wmo) heeft een cliënt huurbescherming. Door Wvggz-kaders te gebruiken, gaf Van Dalen die bescherming weg en positioneerde hij cliënt als psychiatrisch patiënt in plaats van huurder met rechten.
Van Dalen erkent in de brief dat de tegenpartij het recht heeft cliënt op straat te zetten. Hij handelt in het belang van de tegenpartij, niet van zijn cliënt.
"Ik kon daar niet helemaal wijs uit worden" — Van Dalen deelt aan de tegenpartij mee dat hij twijfelt aan de geloofwaardigheid van zijn eigen cliënt.
Geen verificatie van feiten, geen contact met cliënt vooraf, stuurt aan op een voorlopige voorziening (VOVO) waar cliënt niet om heeft gevraagd. Van Dalen weet niet eens of cliënt definitief is uitgezet — het zijn verzinsels.
Het achterhouden van post is geen "interne kwestie" of "huisregels":
Huisregels kunnen het briefgeheim niet opzijzetten.
Van Dalen drukt dit weg met "Cliënt zou gaarne willen ontvangen" — een beleefde vraag in plaats van een sommatie met strafrechtelijke context. Door het strafbare feit te reduceren tot een serviceaanvraag, maakt Van Dalen zich medeverantwoordelijk.
Fouten die elke patroon zou herkennen als fataal voor de positie van de cliënt:
Van Dalen stuurt een brief naar een zorginstelling over een cliënt, maar er was geen getekende machtiging en geen cliëntovereenkomst. Zover waren zij nog niet.
De fout: Van Dalen handelt richting Jan Arends zonder enige formele basis. Hij vertegenwoordigt niemand.
Ik weet niet wie Van Dalen diende met deze brief — maar mij niet.
Van Dalen schrijft dat de organisatie "het recht heeft hem een time-out te geven".
De fout: Dit is een juridische erkenning van de rechtmatigheid van hun handelen.
Het gevolg: Als cliënt later bij de rechter staat om de time-out aan te vechten, zal de advocaat van Jan Arends deze brief citeren: "Zelfs de belangenbehartiger van eiser gaf toe dat wij het recht hadden op deze maatregel." Van Dalen heeft de zaak verloren voordat deze begon.
Van Dalen vraagt om informatie en "uitleg" in plaats van toegang te eisen.
De fout: Een brief in een noodsituatie (zoals Van Dalen zelf beschrijft: "barre weersomstandigheden") moet een sommatie zijn met harde deadline (4 uur, per ommegaande).
Het gevolg: Door geen deadline te stellen, zet Van Dalen de tegenpartij niet in verzuim. Zonder verzuim kan geen kort geding worden gestart en geen schadevergoeding worden geëist voor (door Van Dalen verzonnen) kosten zoals "hotelovernachting door de kou".
Elke "fout" verzwakt uitsluitend de positie van de cliënt en versterkt de positie van de tegenpartij. Dit is niet het werk van een onervaren advocaat — dit is het werk van iemand die weet wat hij doet.
Van Dalen schreef dat cliënt:
Cliënt heeft Van Dalen geen van deze dingen verteld. Hij vroeg alleen: "Hoe krijg ik mijn juridische post?"
Cliënt vertelde Van Dalen ook niet dat hij verhuisd was — toch schreef Van Dalen met stelligheid over de vermeende situatie.
Van Dalen werkte van 1999-2009 samen met mevr. mr. G.A. (Gels) Versteegh bij "Derix & Van Dalen Advocaten" te Groningen. Versteegh is thans werkzaam als klachtenfunctionaris in de zorg (sinds 2009 in Zutphen) en was gespecialiseerd in Sociaal Zekerheidsrecht (SSZ) — het rechtsgebied dat raakt aan WMO, uitkeringen en zorgbeslissingen.
| Stap | Actie |
|---|---|
| 1 | Brief beschrijft cliënt als "dakloos", "verward", "kwetsbaar" |
| 2 | Brief vraagt naar "zorgplicht" en "alternatieve woonlocaties" |
| 3 | Brief creëert papieren spoor voor toekomstige WVGGZ-aanvraag |
| 4 | Bij toekomstig assessment → eigen advocaat als "bewijs" van verwardheid |
| 5 | Bij contact → WVGGZ-criteria vervuld (eigen advocaat als "bewijs" van verwardheid) |
Cliënt had het verraad voorspeld. Hij verzweeg bewust dat hij was verhuisd.
"Ik heb u eind vorige week een brief gestuurd namens Jasper Rijnberg, waarin ik namens hem vraag om terugkeer in zijn kamer."
Dit is een leugen. Cliënt heeft Van Dalen nooit gevraagd om terugkeer in zijn kamer. Cliënt vroeg uitsluitend: "Hoe krijg ik mijn juridische post?"
"Ik ging er dus vanuit dat cliënt weer wilde terugkeren, maar ik heb inmiddels van hem begrepen dat dat helemaal niet de bedoeling is."
Van Dalen geeft cliënt de schuld voor zijn eigen verzinsels. Alsof cliënt onduidelijk was, terwijl cliënt slechts één vraag stelde.
"U kunt mijn brief dan ook als niet geschreven beschouwen"
Juridisch onmogelijk. De brief is verzonden, ontvangen en maakt deel uit van het dossier. Een WVGGZ-blauwdruk "intrekken" nadat het papieren spoor is gecreëerd, verandert niets aan het feit dat die brief bestaat.
"Cliënt zou gaarne die gerechtelijke post van u willen ontvangen."
"Zou gaarne willen ontvangen" — zelfs in de zogenaamde intrekking geen sommatie, geen deadline, geen verwijzing naar art. 13 Grondwet of art. 321 Sr. Een beleefde vraag in plaats van een eis.
Van Dalen verzint een opdracht (terugkeer kamer), voert die uit zonder toestemming, trekt hem in met schuld bij cliënt, en bagatelliseert ondertussen het enige echte probleem: het achterhouden van rechtbankpost.
Na 9 weken oordverdovende stilte op de VNN-zaak en de dubbelzinnige signalen van Jan Arends in december, werd het patroon herkenbaar. Waar Arends alles op alles zette om mij over de schutting te gooien voor de kerstdagen, kon de double play daardoor niet uitblijven, en was de kans erg groot dat mr. Van Dalen niet in mijn belang zou handelen. In zijn belang misschien wel, maar niet in het mijne.
Daarom verzweeg hij bewust dat hij op 29 december 2025 was verhuisd en elders in het BRP stond ingeschreven.
Als Van Dalen integer zou handelen, zou hij:
Van Dalen deed geen van deze dingen. Hij fabriceerde een verhaal over "dakloosheid" en "barre weersomstandigheden" zonder enige verificatie.
| Van Dalen schreef (9 jan) | Werkelijkheid |
|---|---|
| "Cliënt is dakloos" | Cliënt woonde elders sinds 29 december |
| "Barre weersomstandigheden" | Cliënt zat veilig binnen |
| "Kan niet buiten verblijven" | Verbleef niet buiten |
| "Dringend behoefte aan onderdak" | Had onderdak |
Van Dalen schreef met stelligheid over een situatie die niet bestond. Hij kon deze "feiten" alleen van derden hebben — of hij fabriceerde ze om een WVGGZ-traject te rechtvaardigen. In beide gevallen is dit tuchtrechtelijk verwijtbaar.
De verzwegen verhuizing was geen list — het was een lakmoesproef. Van Dalen faalde die proef op elk punt.
Mr. Van Dalen heeft:
Dit handelen is niet te verklaren als slordigheid of miscommunicatie. De brief bevat te veel specifieke, gefabriceerde details die allen in dezelfde richting wijzen: het creëren van een beeld dat een gedwongen opname rechtvaardigt.
De vraag dringt zich op: als cliënt alleen vroeg "Hoe krijg ik mijn post?", waarom dan deze uitgebreide brief over time-outs, dakloosheid en zorgplicht?
Een zakelijke sommatie van drie regels:
"Namens cliënt verzoek ik u alle aan hem geadresseerde post, waaronder rechtbankstukken, onverwijld door te sturen naar [adres]. Het achterhouden van post is een schending van art. 13 Gw en mogelijk strafbaar ex art. 321 Sr."
Klaar. Juridisch waterdicht. Geen risico's. Geen WVGGZ-implicaties.
Men zou kunnen stellen dat mr. Van Dalen handelde uit bezorgdheid — dat hij wilde voorkomen dat cliënt zou "bevriezen" of "uit beeld zou raken."
Deze verklaring faalt op alle fronten:
Niet om hulp bij huisvesting, niet om interventie bij Jan Arends
Verhuisd op 29 december 2025 — vóór de brief van 10 januari
De "barre weersomstandigheden" waren fictie
9 weken stilte, dan handelen zonder de feiten te checken
Een advocaat die écht bezorgd is over het welzijn van zijn cliënt zou:
Mr. Van Dalen deed het omgekeerde: handelen zonder verificatie, op basis van informatie die hij niet van cliënt had, resulterend in een brief die een fictieve noodsituatie creëerde.
Door in één brief zowel de "vermiste post" als de "rechtmatigheid van de time-out" aan te kaarten, en daarbij te spreken over "dakloosheid" en "barre weersomstandigheden", leverde mr. Van Dalen precies het bewijsmateriaal dat nodig is voor een WVGGZ-zorgmachtiging:
Een simpel briefje over post volstond. In plaats daarvan produceerde mr. Van Dalen een WVGGZ-blauwdruk. Dit is niet te verklaren als "bezorgdheid" of "overmoed." Dit is strategie.
Het volgende is gebaseerd op gesprekken met bronnen die anoniem wensen te blijven, waaronder een jurist die de brief heeft gelezen en geanalyseerd.
Een anonieme jurist heeft de brief van mr. Van Dalen geanalyseerd:
"Cliënt heeft mij vrij uitvoerig verteld waarom hij een time-out van de organisatie heeft gekregen. Ik kon daar niet helemaal wijs uit worden..."②
De waarheid: De "Officiële Waarschuwing" van Jan Arends vermeldt als reden slechts: "Vanwege het schenden van de voorwaarden" — zonder te specificeren welke voorwaarden.
→ Niemand kan "uitvoerig vertellen" waarom hij een time-out kreeg als er geen reden is gegeven. Van Dalen fabriceert een verhaal dat niet kan bestaan.
Een advocaat mag nooit aan de tegenpartij communiceren dat zijn cliënt wartaal uitslaat. Door te zeggen dat hij er "geen wijs uit kon worden", stelt hij feitelijk: "Mijn cliënt is onsamenhangend en verward."
→ WVGGZ-effect: Voor een zorgmachtiging is 'verwardheid' cruciaal. De eigen advocaat levert hier het bewijs.
"...uw organisatie heeft op zichzelf het recht hem een time-out te geven..."
Mr. Van Dalen beweert dat hij dit met cliënt heeft besproken. Dit is een leugen — er is geen woord aan gewijd.
→ Hij verdedigt niet het woonrecht van cliënt, maar het recht van Jan Arends. Hij fungeert als hun juridische afdeling.
⚠️ JURIDISCHE BLUNDER OF OPZET?
Een advocaat met 35 jaar ervaring in het huurrecht weet dat een "time-out" (feitelijke huisuitzetting zonder rechter) in de Wmo/BW-sector juridisch zeer omstreden is. Dit "recht" bestaat niet zonder meer.
HET EFFECT: VRIJE HAND VOOR JAN ARENDS
Door dit "recht" van Jan Arends schriftelijk te erkennen, gaf Van Dalen hen:
Dit is geen verdediging van een cliënt — dit is het verlenen van juridische immuniteit aan de tegenpartij.
"Ik heb cliënt geantwoord dat ik mij niet kan voorstellen dat uw organisatie er enig belang bij heeft om zijn post achter te houden..."
Wat cliënt vroeg: Zorg dat ik mijn rechtbankpost krijg.
Wat een advocaat doet: Eist afgifte, stelt termijn, dreigt met rechtsmaatregelen.
Wat Van Dalen doet: Geeft tegenpartij het voordeel van de twijfel.
"Naar zijn zeggen" — distantieert zich van cliënt's claim
"Ik kan mij niet voorstellen" — geeft tegenpartij morele vrijspraak
Wat hij had moeten doen: Navragen, niet "voorstellen"
→ Het enige wat cliënt vroeg, verneukte hij. Met deze zin gaf hij het laatste restje vertrouwen aan de tegenpartij.
"...maar dat heeft verder niks opgeleverd."
Een harde eis voor dwangzorg is dat "vrijwillig overleg niet meer mogelijk is" (ultimum remedium).
→ Cliënt was niet in overleg — hij was weg. Mr. Van Dalen verzint een "mislukt overleg" om de impasse te bewijzen.
Hij was ingeschakeld voor VNN en voor post. Niet voor dit zorgconflict.
→ Door te doen alsof hij voor dit dossier is ingeschakeld, legitimeert hij zijn eigen schadelijke inmenging.
"In twee alinea's liegt hij over het gesprek, valt hij zijn cliënt af, erkent hij de claim van de tegenpartij, en bevestigt hij de noodzaak voor escalatie. Dit is geen verdediging — dit is het invullen van het aanvraagformulier voor een zorgmachtiging."
Mr. Van Dalen's eigen profiel:
Wat een huurrecht-specialist zou doen:
Wat mr. Van Dalen deed:
Een advocaat met 35 jaar huurrecht-ervaring maakt deze "fout" niet per ongeluk. Hij weet dat Beschermd Wonen onder de Wmo valt. Hij weet dat huurbescherming geldt. Hij weet dat een "time-out" juridisch niet bestaat.
Toch behandelde hij een huurgeschil alsof het een psychiatrische ordemaatregel was. De enige logische verklaring: hij wilde de WVGGZ-route openen, niet de huurrecht-route.
Twee dagen voor de brief. Dit is het VOLLEDIGE gesprek.
Cliënt: "Goedemiddag, u spreekt met Jasper Rijnsberg. Hallo, is meneer Van Dalen aanwezig?"
Secretaresse: "Hij zit in de bespreking."
Cliënt: "Ik heb een heel simpel probleem. De tegenpartij wil een aangetekende brief niet geven. Wat moet ik doen? Bij welke rechter moet ik zijn? Wat adviseert hij?"
Secretaresse: "Ik denk dat je hem best over een half uurtje even terug moet bellen."
Cliënt: "Dan is hij waarschijnlijk wel uit de bespreking. O ja, dat had ik ook kunnen vragen. Doen we dat wel. Oké, dankjewel. Doei."
Wat cliënt zei:
Wat cliënt NIET zei:
Van Dalens latere verweer:
"Je hebt me destijds gebeld met de uitdrukkelijke mededeling dat je een time-out van Jan Arends hebt gekregen... jij zei dat het permanent zou zijn."
Dit is aantoonbaar een leugen. De opname bewijst het tegendeel.
Eén dag voor de brief. Dit gesprek werd opgenomen.
Cliënt: "Want ik denk, kunnen we niet gewoon bellen of zo? Want ze houden gewoon gerechtelijke post achter, dat kan natuurlijk niet."
Van Dalen: "Bellen heeft niet zoveel zin, weet je. Dan ga je door de telefoon discussies voeren."
Cliënt: "Maar als ik ineens wel mee moet met de crisis, wat ze verzonnen hebben, wie moet dan bellen, u?"
Van Dalen: "Nou, mij niet. Want voor de crisis heb je weer andere advocaten. Ik ben van het huurrecht, hè."
Cliënt: "Ja, maar u had ook al familie- en dingensrechten, zag ik."
Van Dalen: "Met zorgmachtiging en dergelijke, daar kom ik geen verstand van. Dus daar begin ik niet aan."
Cliënt: "Maar ja, want het is wel duidelijk waar ze nou allemaal op zijn, natuurlijk."
Van Dalen: "Ja, dat denk ik ook."
Wat hij zegt:
Wat hij de volgende dag doet:
Hij positioneerde zich bewust buiten schot terwijl hij de kogel afvuurde.
Gebroken belofte — 72 uur voorsprong voor tegenpartij:
Van Dalen beloofde: "Uiteraard, als hij verstuurd wordt, krijg je hem automatisch in de CC."
Dit is nooit gebeurd. Cliënt heeft de brief nooit vooraf gezien.
Door geen CC te sturen gaf Van Dalen Jan Arends 72 uur voorsprong om te reageren — voordat cliënt überhaupt wist wat er namens hem was geschreven.
De brief van 10 januari is geen voorbereiding op een WVGGZ-aanvraag. Het ís de WVGGZ-aanvraag. Het enige wat Jan Arends nog moest doen was bellen.
De brief bevat alle WVGGZ-criteria:
Mijn door de Deken aangewezen advocaat — specifiek aangesteld om mij te beschermen tegen WVGGZ — schreef een brief die mij levenslang zou opsluiten.
De enige reden dat het mislukte:
En de pannekoek presenteerde mij daarvan ook nog de rekening.
Van Dalen beweerde dat hij niet kon handelen zonder toevoeging (subsidie). Dit blijkt een leugen.
Voor VNN (de opdracht):
24 nov: "Ik moet wachten op toevoeging"
9 weken: Niets gedaan
14 jan: Toevoeging pas toegekend
Voor Jan Arends (geen opdracht):
9 jan: Direct brief gestuurd
9 jan: Factuur ingediend
Geen toevoeging nodig blijkbaar
Hij kon dus wél snel handelen — maar alleen voor de sabotage, niet voor de verdediging.
Het "wachten op toevoeging" was een excuus om de VNN-zaak te laten liggen, terwijl hij ondertussen buiten zijn mandaat de WVGGZ-blauwdruk schreef én daarvoor betaald wilde worden.
Van Dalen schildert een noodsituatie (bevriezingsgevaar), maar stelt geen deadline, eist geen onmiddellijke toegang en vraagt de tegenpartij om "uitleg" in plaats van actie.
"Dat is volstrekt afhankelijk van de door u te geven antwoorden; op het moment dat het inderdaad gaat om een tijdelijke situatie (...) dan is er niet zo heel veel in deze kwestie meer te doen..."
Van Dalen zegt hier tegen de tegenpartij: "Als jullie zeggen dat het tijdelijk is, dan doe ik niets."
Hij geeft Jan Arends een vrijbrief om de situatie te rekken. Een advocaat hoort te zeggen: "Mijn cliënt moet NU naar binnen." Van Dalen zegt: "Vertel mij maar wat jullie plan is, dan kijk ik of ik wel of niet in actie kom."
In de hele brief staat geen enkele harde deadline.
Bij een cliënt die (volgens hem) "buiten moet zien te redden" in "barre kou", stelt een advocaat een deadline van uren, niet van dagen.
Door te eindigen met "In afwachting van uw berichten", geeft hij Jan Arends alle tijd van de wereld. Als cliënt echt buiten had gestaan, had hij dood kunnen vriezen voordat Van Dalen een antwoord had gekregen.
"...in hoeverre u uw zorgplicht richting cliënt bent nagekomen door hem te wijzen op alternatieve woonlocaties."
Hij vraagt hier niet om de kamer terug — hij vraagt of ze cliënt naar een andere instelling hebben gestuurd.
Dit is het accepteren van een "gedwongen verhuizing" binnen het zorgcircuit. Hij behandelt cliënt als een pakketje dat door de zorg verplaatst moet worden, in plaats van een burger die recht heeft op zijn eigen voordeur.
Ofwel hij geloofde zijn eigen leugen over de barre weersomstandigheden niet, ofwel het kon hem niet schelen dat zijn cliënt (in zijn scenario) gevaar liep.
In beide gevallen is het tuchtrechtelijk verwijtbaar.
Deze brief is geen juridische bijstand — het is een beleefd verzoek om informatie aan een partij die op dat moment (volgens de advocaat) mensenrechten schond.
Als mr. Van Dalen direct had gedaan waarvoor de Deken hem had aangewezen — het rapport van VNN (Verslavingszorg Noord Nederland) juridisch aanvallen — dan was de positie van cliënt nu robuust geweest.
In plaats van de bron van de ellende (het VNN-rapport) aan te pakken, heeft hij met zijn eigen brief aan Jan Arends een tweede front geopend dat de onjuistheden uit het VNN-rapport alleen maar leek te bevestigen.
DE KERN VAN DE OPDRACHT
De essentie van de artikel 13-aanwijzing was het juridisch aanvechten van het onjuiste VNN-rapport. Indien mr. Van Dalen dit conform instructies direct had gedaan, was de huidige situatie (waarin Jan Arends zich gesterkt voelt door foutieve verslaglegging) nooit ontstaan.
WAT HIJ DEED
In plaats van de gevraagde actie te ondernemen, heeft mr. Van Dalen:
Dit stilzitten in de hoofdzaak heeft de rechtspositie van cliënt onnodig en ernstig verslechterd.
1. Een advocaat mag niet zelf kiezen welke klusjes hij leuk vindt
Hij moet de kernopdracht uitvoeren. Het VNN-rapport was de oorzaak van alles. Door dat niet aan te vallen, heeft hij de "bron" van de onjuiste beeldvorming laten voortbestaan.
2. Causaal verband
Omdat hij het VNN-rapport niet aanpakte, kreeg Jan Arends de ruimte om cliënt een time-out te geven. En omdat hij daarna die bizarre brief schreef, kreeg de WMO weer een reden om zich ermee te bemoeien.
Hij heeft de brand (het VNN-rapport) laten woeden en er met zijn brief aan Jan Arends nog een scheut benzine op gegooid.
De klacht betreft niet alleen wat hij fout heeft gedaan (de brief), maar ook wat hij heeft nagelaten (het VNN-rapport). Dit is een overduidelijk geval van wanprestatie.
Een advocaat die onwaarheden opschrijft die leiden tot een verhoogd risico op politie-interventie en onvrijwillige zorg, schendt de fundamentele waarde van integriteit en zorgvuldigheid.
WAT VAN DALEN DEED
Hij vroeg "Hoe zit dat?" aan Jan Arends terwijl hij de indruk wekte dat cliënt buiten bevroor.
Dit is juridische nalatigheid van het hoogste niveau.
HET GEVOLG
Met deze brief zette hij de deur wagenwijd open voor:
Cliënt is door eigen actie ontsnapt aan dit traject:
De WVGGZ-val klapte dicht op een lege plek.
De gevaarlijkste passage uit de brief:
"Graag zou ik van u willen weten wat dan de reden van die time-out is geweest en in hoeverre u daarbij het beginsel van hoor en wederhoor en de proportionaliteit heeft toegepast in verband met de hierboven reeds door mij genoemde barre weersomstandigheden. Zoals het woord al aangeeft behoort een time-out naar mijn oordeel per definitie een tijdelijke situatie te betreffen. Cliënt heeft mij evenwel meerdere malen verzekerd dat het geen tijdelijke situatie betreft, maar een permanente situatie en in dat geval kan naar mijn oordeel er niet meer worden gesproken van een time-out. Hoe zit dat?"
Deze termen komen rechtstreeks uit het zorgrecht en de Wvggz. In het gewone huurrecht (BW) spreekt een advocaat over wanprestatie of onrechtmatige daad.
Door te vragen naar de "reden van de time-out" en "hoor en wederhoor", vraagt hij Jan Arends eigenlijk om hun medische/zorg-onderbouwing tegen cliënt op papier te zetten. Hij nodigt de tegenpartij uit om zijn eigen cliënt zwart te maken.
Dit is de kern van de Wvggz-aanvraag. Voor een verplichte opname moet er sprake zijn van gevaar.
Door namens cliënt te stellen dat hij in "barre weersomstandigheden" verkeert, levert Van Dalen het bewijs voor hulpbehoevendheid en kwetsbaarheid. Hij creëert het beeld van een man die buiten in de kou staat en niet voor zichzelf kan zorgen.
De realiteit: Cliënt zat warm en veilig bij familie en stond ingeschreven in de BRP op een ander adres. De "barre weersomstandigheden" zijn een aantoonbaar verzinsel.
Dit is een directe schending van de loyaliteit aan de cliënt.
Hij gebruikt (vermeende) "verzekeringen" van cliënt om een discussie te starten over een permanente uitzetting. In plaats van te zeggen: "Mijn cliënt heeft recht op zijn kamer, punt", zegt hij: "Mijn cliënt zegt dat hij er nooit meer in mag, klopt dat? Want dan moeten we het over opzegging hebben."
Een advocaat die belangen behartigt in een noodsituatie (barre kou!), stelt geen vragen als: "Hoe zit dat?"
Hij sommeert. Hij had moeten schrijven:
"Ongeacht de reden van uw 'time-out', is deze rechtens ongegrond. Ik eis dat cliënt binnen twee uur toegang krijgt tot zijn kamer, bij gebreke waarvan ik een kort geding start."
Door te vragen "Hoe zit dat?", geeft hij Jan Arends de tijd om rustig een dossier op te bouwen terwijl cliënt (in zijn scenario) in de kou staat.
Deze passage bewijst dat Van Dalen geen huurrecht-advocaat is, maar handelt als een verlengstuk van de zorg. Hij gebruikt de taal van de zorgverlener (proportionaliteit, time-out, zorgplicht) tegen zijn eigen cliënt.
Hij heeft een noodsituatie gefabriceerd die er niet was, om een juridisch traject in te gaan dat cliënt niet wilde.
Mr. Van Dalen schreef in zijn brief:
"Als er inderdaad sprake is van een permanente situatie dan kan dat naar mijn mening niet door middel van een time-out worden geregeld en dan zal dat moeten door middel van opzegging van de zorg-/huurovereenkomst met cliënt en daarvoor dienen naar mijn oordeel zwaarwegende redenen aanwezig te zijn."
In plaats van te zeggen: "De time-out is illegaal, laat mijn cliënt onmiddellijk terug", zegt hij tegen Jan Arends: "Een time-out mag niet permanent zijn, dus als je van hem af wilt, moet je de huur opzeggen."
De fout: Een advocaat hoort nooit de tegenpartij te adviseren hoe ze een cliënt eruit kunnen gooien. Hij geeft Jan Arends hier de gebruiksaanwijzing om cliënt definitief kwijt te raken.
Door te schrijven dat er "zwaarwegende redenen" aanwezig moeten zijn voor opzegging, lokt hij Jan Arends uit om die redenen te gaan verzamelen.
Het effect: Jan Arends gaat nu een dossier aanleggen met incidenten en "verward gedrag" om aan die "zwaarwegende redenen" te voldoen. Van Dalen heeft hiermee de aanval op het woonrecht geopend in plaats van verdedigd.
Een "permanente time-out" zonder tussenkomst van een rechter is een illegale huisuitzetting. Van Dalen had moeten dreigen met een kort geding om direct toegang te verschaffen. In plaats daarvan begint hij te filosoferen over huurrechtelijke procedures die in het nadeel van cliënt werken.
"De advocaat behartigt de belangen van zijn cliënt (...) en mag zich niet laten leiden door de belangen van de tegenpartij."
Van Dalen gedraagt zich in deze zin als een juridisch adviseur van Jan Arends. Hij vertelt hen wat de "juiste" weg is om cliënt weg te krijgen.
DE PARADOX IS COMPLEET
• Cliënt vraagt om zijn post
• Advocaat reageert met een handleiding voor Jan Arends over hoe ze het contract juridisch correct kunnen opzeggen
• En koppelt dit aan cliënt's "verwardheid"
Dit is het bewijs dat hij niet voor zijn cliënt werkt, maar voor het systeem.
Een advocaat trekt een brief niet in als er niets mis mee is.
"Ik heb u eind vorige week een brief gestuurd namens Jasper Rijnberg, waarin ik namens hem vraag om terugkeer in zijn kamer. Hij heeft mij namelijk verteld dat hij een time-out heeft gekregen en dat die time-out definitief zou zijn. Ik ging er dus vanuit dat cliënt weer wilde terugkeren, maar ik heb inmiddels van hem begrepen dat dat helemaal niet de bedoeling is.
U kunt mijn brief dan ook als niet geschreven beschouwen behalve op één kwestie na..."
"Ik ging er dus vanuit"
= Handelen op aannames, niet op instructies van cliënt
= Directe schending van Gedragsregel 8 (instructies opvolgen)
"Als niet geschreven beschouwen"
= Toegeven dat de brief fout was
= Maar de schade is al aangericht — een WVGGZ-blauwdruk kun je niet "intrekken"
"Time-out definitief zou zijn"
= Aantoonbare leugen — opname 8 januari: "simpel probleem, post niet gegeven"
= Documenten Jan Arends: "tot minimaal 5 januari" (6 dagen)
DE KERN
Hij geeft toe dat hij handelde zonder instructie.
Hij liegt over wat cliënt zou hebben gezegd.
Hij doet alsof "intrekken" de schade ongedaan maakt.
Een zorginstelling vergeet niet dat "zelfs de eigen advocaat" de cliënt als verward en dakloos beschreef.
Twee dagen NA de brief. Van Dalen speelt de bezorgde advocaat.
Van Dalen: "Ik heb een mailtje gestuurd aan de Jan Arends Stichting. Daar heb ik nog geen reactie op gehad."
Cliënt: "Oké, wanneer heeft u die gestuurd? Vrijdag? Omdat ik ook kopietjes zou krijgen."
Van Dalen: "Oh, heb je die niet gehad? Dan stuur ik die zo even op."
Van Dalen: "Time-out kan natuurlijk niet permanent zijn. Dan is het gewoon opzegging. Daar is een reden voor nodig. Die moeten ze mij dus geven."
Van Dalen: "Ik heb toevallig vorige week nog een korte ding tegen een soortgelijke, Jan Arends, zorgaanbieder gevoerd. Dan zijn ze wel kritisch hoor, want je hebt gewoon bepaalde rechten. En ze denken gewoon, we kunnen allemaal doen wat we willen."
Cliënt: "Maar nu willen ze graag dat ik langskom hè, voor die assessment. Zodat ze me in de dwangzorg kunnen drukken. Dat is het hè?"
Van Dalen: "Ja, dat is goed. Ik snap het wel."
Cliënt: "U bent het wel mee eens dat het een gevaar is hè? Als ze mij aanhouden of weet ik veel wat, dan kunnen ze die assessment doen. Dan hebben ze het rond."
Van Dalen: "Ja, dat klopt. Dat snap ik wel."
Hij klinkt competent:
Maar verdedigen doet hij niet:
DE CONTRADICTIE
12 januari: "Time-out kan niet permanent zijn. Je hebt gewoon rechten."
10 januari: Schreef brief die diezelfde rechten ondermijnde.
HIJ ERKENT HET GEVAAR — EN DOET NIETS
Cliënt: "Zodat ze me in dwangzorg kunnen drukken"
Van Dalen: "Ja, dat klopt. Dat snap ik wel."
Hij erkent het gevaar nadat hij de WVGGZ-blauwdruk heeft geleverd. Geen actie om de schade te herstellen.
De "oeps" over de CC:
"Oh, heb je die niet gehad? Dan stuur ik die zo even op."
72 uur voorsprong voor tegenpartij → "oeps".
Advocatenkantoren werken met geautomatiseerde systemen. CC's gaan standaard automatisch mee. Het niet versturen vereist een bewuste handeling. Dit was geen vergissing.
"ZO ZIT HET IN ELKAAR"
Na zijn erkenning van het dwangzorg-gevaar voegde Van Dalen toe:
"Ja, dat is goed. Ik snap het wel. Maar zo zit het in elkaar."
Cynische acceptatie van een systeem dat hij zojuist zelf had gevoed met zijn brief.
Conclusie: Hij speelde de bezorgde advocaat om cliënt rustig te houden, terwijl hij al had geleverd wat de tegenpartij nodig had.
Van Dalen schreef in zijn brief:
"Cliënt heeft mij vrij uitvoerig verteld waarom hij een time-out van de organisatie heeft gekregen. Ik kon daar niet helemaal wijs uit worden..."
Wat cliënt zei:
"Er is geen reden gegeven voor de time-out."
Eén zin. Helder. Feitelijk correct.
Hoe Van Dalen dit framede:
"Vrij uitvoerig verteld" + "niet wijs uit worden"
= Verward, warrig verhaal
De documenten bewijzen dat cliënt gelijk had:
De "Officiële Waarschuwing" van Jan Arends vermeldt als reden: "Vanwege het schenden van de voorwaarden" — zonder te specificeren welke voorwaarden.
Zelfs "Kies een item.." staat nog in het onafgemaakte Word-template.
Bij het intakegesprek: 10 seconden → "uitvoerig verteld"
Bij de time-out: één zin → "uitvoerig verteld" + "niet wijs uit worden"
Systematische framing van cliënt als verward — een WVGGZ-criterium.
Groningen heeft een specifieke time-out regeling voor beschermd wonen. Mr. Van Dalen, met zijn diepe wortels in de Groningse juridische wereld, kent deze regeling:
Wat een legitieme time-out in Groningen inhoudt:
Wat mr. Van Dalen beschreef:
Dit scenario kan niet bestaan binnen een legitieme Groningse time-out. Toch beschreef hij precies dit — het scenario dat past bij een WVGGZ-aanvraag ("ernstig nadeel"), niet bij de regeling die hij beter kent dan wie dan ook.
Mr. Van Dalen's expertise omvat precies dit kruispunt: huurrecht, Wmo-bestuursrecht, overlastproblematiek in BW, en de Groningse lokale protocollen.
Hij fabriceerde een noodsituatie die niet kon bestaan binnen het systeem dat hij beter kent dan wie dan ook. Dit is geen fout — dit is strategie.
Mr. Van Dalen was niet altijd solo-advocaat. Tot circa 2002 vormde hij een maatschap: Derix & Van Dalen Advocaten, gevestigd aan het Kwinkenplein 10 te Groningen.
Zijn kantoorgenoten:
In Groningen overlappen professionele netwerken structureel:
Christien Bronda (voormalig gemeentesecretaris, sleutelfiguur in de huisuitzetting van cliënt)
M.E. Derix (Van Dalen's voormalige kantoorgenoot)
Deze netwerken — Rotary, Vrouwennetwerk, Orde van Advocaten — delen evenementen, kennen elkaars echtgenoten, gebruiken dezelfde advocaten en notarissen. In een provinciestad als Groningen kent iedereen in deze kringen elkaar.
Toen de Deken een art. 13 advocaat aanwees voor iemand die expliciet WVGGZ-angst had gemeld, ging die verwijzing niet naar een willekeurige advocaat.
Ze ging naar iemand:
"Dit was geen slordigheid. Dit was geen miscommunicatie. De aanwijzing zelf was mogelijk niet neutraal. In Groningen weet de ene hand altijd wat de andere doet."
— Anonieme bron, voormalig lid Orde van Advocaten
NB: Deze sectie bevat speculatie en geen formele beschuldigingen. De tuchtklacht richt zich op het gedocumenteerde handelen van mr. Van Dalen, niet op de achterliggende netwerken. Echter, waar rook is, is vuur.